Park Poetik

Nog nooit zat ik op een wolk die roze was. 

Tot ik hoorde waar jij zou zijn, wist ik zelfs niet hoe dat kon. 


Daar onder die boom, waar wij stil naast elkaar 

zagen dat we vanzelfsprekend konden zwijgen, 

zolang de boom maar fluisterde dat we mochten zitten blijven.


Aan jouw zijde zag ik witte wolken roos kleuren 

waarna je mij zachtjes toonde hoe ogen zich best sluiten

na diep staren, 

waaierden

                                 we       weg  

                                                                       wolk aan wolk. 


الحيتان  الكبيرة تبتلع  الاسماك  الصغيرة  سرا وجهرا

و تغتسل بماء البحر كزجاج  البلور  الناعم ،   وترقص بنبض  التيار  الحالم.

تطارد صدى الامواج الخجولة و زبد الشواطئ

و  سيظل البحر  دافئا و عنيدا وفيا للجميع 

وعبره يتلون الشعاع بين خرير الماء كاغنية ناعمة ملهمة 

Et tu cours tu cours vers où dis vers où tu cours dis ? 

tu cours tu cours tu ne te retournes pas vers où ? 

tout te semble possible et tu cours vers tout ce qui est possible

et tu cours cours tu cours

et à côté de toi un autre court une autre court et court

et vous courez courez  vous courez

vers où dis vers où où courez-vous ?

vous courez sans vous retourner et tout vous semble possible

et tu nu choisis rien d'autre que la course vers

tous les possibles vers où dis où où vers où ?

allez cours dis cours cours

sans retour cours dis cours

vers cours vers

(l'abîme)

(Eng.) Big fish secretly and openly swallow small fish
And then spray them like fine crystal glass on the seawater

that dances with the dream pulse of the current

The echo of shy waves foams over the beaches

The sea remains warm, stubborn, loyal to everyone

A reverse beam shines through it like a soft, inspiring song

(Eng.) And you say you’re an Angel….?

From the pulse of atoms of fragile desert hills

mysterious creatures create the colour of symphonic light,

and suddenly the eyelashes flutter like a volcano of roses,

with wings of silk ribbons

dreams embrace a whisper and gentle throbbing waves,

She dances for herself and then runs like a cascade of warm songs

to embrace echo memories with a wind tide.


Zoals jij ontstaan bent in de gedachten van ons, de zoekende mensen, zo besta jij, wij denken aan Magritte, jij staart ons aan 

en weet niet eens wat een pijp is. 

We zijn niet bang van jou. Ondanks je kracht. 

Jij laat ons staan en trekt de wildernis in. 

De jungle van de metropool.


Die wir war van allemaal mensen samen die wij grootstad noemen.  

Zijn wij nog wel homo sapiens sapiens? 

Of zijn wij geëvolueerd naar de homo n’importe quoi?


Wij snijden door het vlees 

van de stad met alle messen die we hebben, 

wij wanen ons meester of weten niet in welk onvindbaar gat gekropen. 


Laat ons landen. Op elkanders handen. 

In elkanders ogen.


Laat ons stilstaan en in oren fluisteren ‘ik heb een roze gorilla gezien.’ 

En laat ons dan lachen. Zodat er sterren ontstaan bij ons twinkelende afscheid.

et tu souris sous tes étoiles artificielles

et tu souris sur ta terre en béton

tu souris dans l’écran de ton horizon

tu souris devant ta nourriture instantanée

tu souris apprivoisé par l’homo n’importe quoi

tu souris en courant tu souris en marchant  

tu souris en ne te retournant pas

tu souris à côté de celle qui sourit comme toi

tu souris en ça va ? oui ça va et toi ? ça va merci

et l’animal sauvage qui court à contresens sourit à pleines dents

et quand tu chantes dans la pluie assis au bord du vide, tu pleures, 

une cascade de chansons chaudes,

on croit que c’est la pluie,

l’animal en effroi ne pleure pas.

من نبض ذرات تلال الصحراء الهشة

تتخلق كائنات غامضة بلون الضوء السمفونى، وبسرعة الرموش

ترفرف مثل بركان من ورد ، باجنحة من حرير مزركش 

تعانق الاحلام همسا ونبضا ناعما ،

ترقص على مد البصر ثم تسيل كشلال من اغنيات دافئة

تعانق امواج الريح وصدى الذكريات .

Daar staan we dan weerom, op straat. 

Elke dag stappen we de deur uit.
Al kan het dagenlange binnenblijven ook een optie zijn. 

Gaan nu! De hoek om! 

De straat met al zijn kleuren naast het onwrikbare  grijs. 

Kronkelend of net kaarsrecht. 

Zo is het ook met ons gemoed gesteld. 


Wij, mensen kronkelend kaarsrecht 

zoals een kleurrijke reuzenworm krioelen wij door elkanders kop en staart.


In zijn meest ideale staat is de straat 

een danstapijt waar wij met zijn allen 

net op passen, met nog wat plaats over. 


Plaats voor improvisatie, spektakel, op de plaats rusten, dansen, vrolijk wegdromen

met ogen gesloten, speels verdwalen, 

in elkanders ogen en ongemaskerde mond verdrinken. 


En uiteindelijk landen achter al die verschillende deuren, terug naar onze dansloges.